Waar kunnen we je mee helpen?

Ben je naar iets specifieks op zoek? Vul hieronder je zoekterm in en we helpen je graag verder.

Aanbevolen

Door de ogen van
leestijd 1 min

Verschillende perspectieven brengen de zorg verder

Link gekopieerd naar klembord

Verschillende perspectieven brengen de zorg verder keyvisual

Zorgmedewerker en oudere Ipad

Waar begint de toekomst van de zorg voor ouderen en chronisch zieken: bij de manier waarop we de zorg organiseren of bij het leven dat mensen willen blijven leiden? Die vraag staat centraal in het gesprek tussen Angelique Schuitemaker en Marco van Alderwegen over de ActiZ-visie Toekomst van werk in de zorg voor ouderen. Ze delen veel ideeën over wat er moet veranderen, maar kiezen soms een ander vertrekpunt. Juist die verschillende perspectieven kunnen het gesprek over de toekomst van de zorg voor ouderen en chronisch zieken verder brengen.

De aanleiding voor Toekomst van werk in de zorg voor ouderen is duidelijk. De werkdruk en het verzuim zijn hoog, veel medewerkers gaan de komende jaren met pensioen en er komen minder jongeren beschikbaar op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd ontwikkelen technologie, robotisering en kunstmatige intelligentie zich in hoog tempo. Hoe ziet het werken in de zorg voor ouderen er onder invloed van die ontwikkelingen straks uit? “We merken als bestuurders dat er een perspectief nodig is voor ons als bestuurders en onze medewerkers om uit de waan van de dag te komen”, zegt Angelique Schuitemaker, directeur en voorzitter van de Commissie Arbeid van ActiZ. “Het piept en kraakt. Tegelijkertijd zijn er allerlei externe ontwikkelingen die effect hebben op ons werk. Met Toekomst van werk in de zorg voor ouderen wilden we kijken naar hoe het werk er in de toekomst uit kan zien en daarmee een lonkend perspectief bieden.” Het meest lonkend perspectief komt vanuit de ouderen zelf: zij focussen steeds meer op gezondheid in plaats van op ziekte.

Een ander vertrekpunt
Marco van Alderwegen, interim-bestuurder bij Vivent en samenbrenger bij coöperatie De Samentafel, las de inhoud met belangstelling. Hij werkte in het verleden zelf als wijkverpleegkundige en kent de dagelijkse praktijk van de zorg. Zijn essay Ik was er al, dat hij naar aanleiding van de visie schreef, is nadrukkelijk niet bedoeld om het toekomstbeeld af te wijzen. Ik heb veel respect voor het proces en wat het heeft opgeleverd. Er is door veel mensen hard aan gewerkt. ActiZ heeft eerder met ‘Praat vandaag over morgen’ ook lef getoond door een werkelijke omslag in denken in gang te zetten.”

Toch kiest Van Alderwegen in zijn essay bewust een ander vertrekpunt. “We kijken vaak vanuit de problemen waar we tegenaan lopen: er zijn te weinig mensen, er is te weinig geld en er komen steeds meer ouderen. En als je het hebt over de toekomst van de zorg voor ouderen, ga je er al vanuit dat er zorg nodig is. Je kunt ook beginnen bij de vraag: hoe willen ouderen hun leven blijven leiden als zij kwetsbaarder worden? Vanuit die gedachte kom je tot andere uitkomsten.”

Schuitemaker herkent dat verschil. “Dat heeft te maken met de manier waarop we deze visie hebben geschreven: vanuit zorgbestuurders en de inrichting van de zorg. We schreven niet vanuit de manier waarop we naar de maatschappij kijken en hoe we daar als zorgorganisaties onze bijdrage aan leveren. Marco redeneert vanuit de samenleving, wij vanuit de organisatie van zorg. Dat maakt de discussie helpend.”

Marco redeneert vanuit de samenleving, wij vanuit de organisatie van zorg. Dat maakt de discussie helpend

Angelique Schuitemaker \

Directeur Evean

‘Ik was er al’
Hoeveel verschil zo'n vertrekpunt kan maken, laat Van Alderwegen zien met de titel van zijn essay: Ik was er al. Een zoon, dochter of partner is vaak al jarenlang onderdeel van iemands leven voordat professionele zorg nodig is. Zodra die zorg in beeld komt, verandert ook de taal. “Wanneer mijn naaste zorg nodig heeft, ben ik ineens niet meer de partner of zoon, maar de mantelzorger. Dan geven we een systeemwoord aan iets wat in essentie al bestond. De relatie tussen kinderen en ouders was er allang. De titel Ik was er al zegt voor mij alles. Waarom sluiten we daar niet op aan?”

Het is volgens Van Alderwegen geen aanklacht tegen het zorgstelsel. Als bestuurder maakt hij zelf onderdeel uit van die systeemwereld, erkent hij. “Ik kan het allemaal wel mooi zeggen, maar ik zit er zelf middenin en doe er ook aan mee. Die spanning wil ik zichtbaar maken. Als je mensen die op hun eigen wijze ouder worden als uitgangspunt neemt, verandert ook de mindset van bestuurders en professionals. Ik wil de visie niet afkraken, maar verrijken.”

Ook Schuitemaker vindt het interessant om opnieuw stil te staan bij woorden die in de zorg vanzelfsprekend zijn geworden. “Je kunt bijvoorbeeld twisten over het begrip informele zorg. Is het woord ‘zorg’ daar altijd op zijn plek? Natuurlijk ondersteun ik mijn ouders als zij hulp nodig hebben. Daar zit ook iets heel menselijks en wederkerigs in. Iets voor een ander kunnen betekenen is ook zingevend.”

Wat vraagt dat van professionals?
Daarmee raakt de discussie direct aan de toekomst van werk. Want als de rol van ouderen, familie en naasten verandert, heeft dat ook gevolgen voor de rol van de professional. Volgens Schuitemaker vraagt dat om een bredere blik op wat mensen nodig hebben. “We acteren nu sterk op de zorgvraag van de cliënt, terwijl we ook moeten kijken naar wat iemand nodig heeft om mee te blijven doen. Zingeving en het gevoel dat je ertoe doet, zijn belangrijke factoren. Als we daarvan uitgaan, ben ik ervan overtuigd dat we in sommige situaties tot een andere vraag komen.”

Van Alderwegen ziet eveneens een veranderende rol voor professionals. “De verhouding tussen professionele zorg en samenleving gaat veranderen. Opleidingen leiden nog steeds sterk op om te zorgen. Daarmee kun je ook zelfstandigheid van iemand overnemen. Mensen zorgen al voor elkaar voordat een professional in beeld komt. Een wijkverpleegkundige die mij bijstaat, moet eraan bijdragen dat ik daarna weer verder kan.” Dat betekent niet dat professionele zorg minder belangrijk wordt. Wanneer mensen kwetsbaarder worden, blijft volgens Van Alderwegen de maatschappelijke verantwoordelijkheid bestaan om goede ondersteuning en voorzieningen te organiseren, zodat zij hun leven zoveel mogelijk kunnen blijven leiden zoals zij dat willen.

Samen verder
Een veranderende rol voor professionals vraagt tegelijkertijd om aanpassingen binnen zorgorganisaties. Technologie, AI en robotisering kunnen daarbij ondersteunen en ruimte creëren voor medewerkers. Op dat punt ziet Van Alderwegen veel waarde. “Ik ben daar helemaal voorstander van. We moeten onze mensen veel meer ruimte en zuurstof geven in de organisatie.” Voor Schuitemaker vormt de gezamenlijke richting een belangrijke kracht van de visie. “Het helpt als we als sector gelijkgericht naar ontwikkelingen rond werk kunnen kijken. Dan kunnen we daar gezamenlijk aan trekken en ook ministeries en het onderwijs meekrijgen. Daarnaast biedt het handelingsperspectief om veranderingen binnen organisaties door te voeren.”

Maar een visie is daarmee niet het einde van het gesprek. Integendeel, zegt Schuitemaker. “We wilden met dit visiedocument iets op gang brengen. Dat gebeurt als er gesprekken worden gevoerd. Als daarin tegengedachten en verschillende perspectieven naar voren komen, wordt het gesprek rijker. Je voedt elkaars gedachten en daar kom je verder mee.” Van Alderwegen ziet zijn essay precies in dat licht. “Er mag discussie plaatsvinden. Niet om te winnen of om een ander te overtuigen. Er gebeuren mooie dingen in onze sector. Verschillende ideeën zorgen voor verrijking, creativiteit en nieuwe oplossingen. Dat interne debat moeten we altijd blijven voeren.”

Zelf verder lezen?
Het gesprek tussen Angelique Schuitemaker en Marco van Alderwegen laat zien dat een visie ook uitnodigt tot discussie en nieuwe perspectieven. In Toekomst van werk in de zorg voor ouderen schetst de Commissie Arbeid van ActiZ hoe het werken in de sector richting 2035 kan veranderen en wat daarvoor nodig is.