Oproepkrachten verdwijnen vanaf 2028: wat betekent dit voor de zorg? keyvisual
Op 6 juli debatteert de Eerste Kamer over de Wet meer zekerheid flexwerkers. Een wet die werknemers meer zekerheid moet bieden, maar in de zorg ook onbedoelde gevolgen kan hebben. Als het voorstel wordt aangenomen, verdwijnen vanaf 2028 de oproepcontracten. Juist in de sector Verpleging, Verzorging en Thuiszorg (VVT) maken veel medewerkers hier bewust gebruik van. In een sector die nu al kampt met grote personeelstekorten en een groeiende zorgvraag, roept dat belangrijke vragen op. Wat betekent dit voor medewerkers, zorgorganisaties en de toegankelijkheid van zorg? We bespreken het met Angelique Schuitemaker, directeur bij Evean en voorzitter van de Commissie Arbeid van ActiZ.
Wat zijn volgens u de grootste gevolgen van de Wet meer zekerheid flexwerkers voor de ouderenzorg als deze in de huidige vorm wordt ingevoerd?
Het grootste gevolg is dat een belangrijke vorm van flexibiliteit uit de zorg verdwijnt. Veel oproepkrachten kiezen bewust voor deze manier van werken, omdat zij hun werk in de zorg combineren met een andere baan, mantelzorgtaken of behoefte hebben aan een andere werk-privé balans. Zij hebben behoefte aan de vrijheid om hun werk af te stemmen op hun leven, niet aan een contract met vaste minimumuren.
Juist deze groep is onmisbaar voor de dagelijkse zorg. Oproepkrachten springen bij tijdens vakanties, vangen ziekteverzuim op en helpen pieken in de zorgvraag op te vangen. Zonder hen komt er meer druk te liggen op vaste teams.
Dat is extra zorgelijk, omdat we de komende jaren juist meer mensen nodig hebben. We willen werken in de zorg toegankelijk maken voor een bredere groep mensen. Daarom zetten we als sector in op het principe ‘bekwaam is inzetbaar’: ook mensen zonder zorgachtergrond moeten eenvoudig aan de slag kunnen in de zorg als zij daarvoor niet zijn opgeleid, maar wel over de benodigde competenties beschikken. Een oproepcontract verlaagt die drempel en biedt mensen de kans om kennis te maken met de sector. Als deze mogelijkheid verdwijnt, dreigen we niet alleen huidige medewerkers kwijt te raken, maar ook toekomstige zorgprofessionals.
Wat betekent deze wet voor medewerkers?
Deze wet raakt niet iedere medewerker op dezelfde manier. Uit onderzoek van SEO Economisch Onderzoek blijkt dat sommige oproepkrachten juist behoefte hebben aan meer inkomenszekerheid. Maar voor een grote groep geldt het tegenovergestelde: zij kiezen bewust voor flexibiliteit.
Denk bijvoorbeeld aan iemand die drie dagen per week een andere baan heeft en daarnaast één of twee diensten in een verpleeghuis werkt. Of aan een mantelzorger die alleen op bepaalde momenten beschikbaar is. Juist doordat zij zelf kunnen bepalen wanneer zij werken, blijft de zorg voor hen aantrekkelijk en haalbaar.
Het risico is dat deze groep afhaakt als die flexibiliteit verdwijnt. En dat raakt niet alleen hen. Ook collega's met een vast contract gaan dit merken. Oproepkrachten vangen nu vakanties, ziekte en onverwachte drukte op. Als die groep kleiner wordt, neemt de druk op de vaste teams verder toe.
Dat staat bovendien op gespannen voet met de ambitie die we als sector hebben uitgesproken: goed werkgeverschap, meer zeggenschap voor medewerkers en werk dat aansluit bij verschillende levensfasen. De arbeidsmarkt van de toekomst vraagt niet om één standaardoplossing, maar om maatwerk.
Hoe kunnen zorgorganisaties zich hierop voorbereiden?
Het eerlijke antwoord is: maar beperkt.
Je kunt als organisatie je personeelsplanning nog zo goed op orde hebben, de behoefte aan een flexibele schil blijft. Het is daarom een zeer lastige, al dan niet onmogelijke opgave in sommige situatie, want het onderliggende probleem wordt niet opgelost.
De zorg draait 24 uur per dag door en de zorgvraag laat zich niet plannen. Tegelijkertijd neemt de behoefte van medewerkers aan flexibiliteit juist toe. Zorgorganisaties zullen dus met minder flexibiliteit dezelfde, en waarschijnlijk zelfs een grotere, zorgvraag moeten opvangen. Dat betekent ingewikkeldere roosters, meer administratieve lasten en een grotere druk op vaste teams.
Flexibele inzet is in de zorg geen luxe, maar een noodzaak.
In hoeverre sluit dit wetsvoorstel volgens u aan op de huidige uitdagingen in de zorg?
Wat ons betreft zit daar juist een belangrijke tegenstrijdigheid.
Het kabinet wil dat de zorg anders wordt georganiseerd, met meer zorg thuis en meer samenwerking in de wijk. Tegelijkertijd kampen we met grote personeelstekorten. Dat vraagt er juist om dat we alles op alles zetten om huidige medewerkers te behouden en nieuwe mensen voor de zorg te interesseren.
Dit wetsvoorstel lijkt daar onvoldoende rekening mee te houden en in de praktijk merken we dat de onzekerheid toeneemt, zowel bij zorgprofessionals als bij zorgorganisaties. Het beperkt de flexibiliteit waar een deel van de zorgmedewerkers bewust voor kiest en maakt het daarmee lastiger om deze groep aan de zorg verbonden te houden. In combinatie met andere voorgenomen maatregelen, zoals het beperken van huishoudelijke hulp vanuit de Wmo, ontstaat het beeld dat verschillende beleidskeuzes elkaar eerder tegenwerken dan versterken.
Tegelijkertijd wil het kabinet dat ook mensen zonder zorgachtergrond eenvoudiger in de zorg aan de slag kunnen. Die ambitie ondersteunen wij, maar in de praktijk komt dit nog onvoldoende van de grond. Zo stapelen maatregelen die het moeilijker maken om mensen aan de zorg te binden zich op, terwijl maatregelen die de zorg juist toegankelijker en aantrekkelijker moeten maken achterblijven.
Welke boodschap wilt u de politiek meegeven voordat zij een definitief besluit neemt over deze wet?
Kijk niet alleen naar de arbeidsmarkt, maar ook naar de praktijk van de zorg.
Als het kabinet echt werk wil maken van toekomstbestendige zorg, dan moeten beleidsterreinen elkaar versterken in plaats van tegenwerken. Dat vraagt om samenhangend beleid van verschillende ministeries, dat aansluit bij de dagelijkse praktijk van zorgorganisaties, de behoeften van zorgmedewerkers en het toegankelijk houden van zorg.
Onze boodschap is daarom simpel: maak het mensen makkelijker om in de zorg te werken, niet moeilijker. We hebben iedereen hard nodig.